Uiterlijk 31 januari 2023 moet je de laatste btw-aangifte over 2022 indienen

Uiterlijk 31 januari 2023 moet je de laatste btw-aangifte over 2022 indienen en de verschuldigde btw aan de Belastingdienst betalen. Besteed in deze laatste btw-aangifte in ieder geval aandacht aan de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties. Deze aangifte wijkt af van de andere btw-aangiftes in het jaar, omdat een aantal aanvullende zaken verwerkt moeten worden. Direct weten waar je op moet letten? Wij hebben wat aandachtspunten op een rijtje gezet.

Correctie voor privégebruik ondernemer

De laatste BTW-aangifte over 2022 is ook het moment dat de ondernemer verplicht een aantal correcties moet meenemen. Bijvoorbeeld de correctie voor privégebruik. Onttrekt de BTW-ondernemer goederen en diensten voor eigen privédoeleinden aan de onderneming, dan is er sprake van privégebruik. Voor dat deel mag de ondernemer de BTW niet aftrekken. Is dat eerder wel gebeurd, dan moet er dus een correctie plaatsvinden.

BTW-correcties op basis van het BUA

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken
Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan werknemers ter beschikking stelt. Zoals bijvoorbeeld fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Voor het BUA geldt een drempel van € 227 exclusief BTW per werknemer. Blijft een onderneming in een jaar onder dit plafond, dan is alle voorbelasting dus wél gewoon aftrekbaar. Anders moet de onderneming alle BTW afdragen.


Wanneer je in 2022 meer dan € 227 (excl. btw) per werknemer aan personeelsvoorzieningen gaf moet je in de laatste btw-aangifte een btw-correctie toepassen.
 Gaf je in 2022 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag, bijvoorbeeld aan een zakenrelatie? Dan moet je een btw-correctie toepassen in de laatste btw-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% btw kan aftrekken én de waarde meer dan € 227 (exclusief btw) per ontvanger bedraagt.

Privégebruik auto van de zaak en BTW

Tot slot is er een BTW-correctie voor privégebruik van de auto van de zaak. Want voor het deel dat de auto niet zakelijk is gebruikt, bestaat er geen recht op aftrek. De ondernemer kan het precieze privégebruik aantonen met een rittenregistratie. Als die er niet is, en de ondernemer betaalt ook geen zakelijke vergoeding voor het privégebruik, dan geldt de forfaitaire regeling (rekentool). Die houdt in dat de ondernemer standaard 2,7% over de cataloguswaarde van de auto (inclusief BTW en BPM) als BTW moet afdragen. Is er bij de aanschaf van de auto geen BTW afgetrokken, dan moet de ondernemer een forfaitaire bijtelling van 1,5% hanteren in de BTW-aangifte.

Kun je advies gebruiken over de genoemde wijzigingen? Neem dan contact op met een van onze specialisten, wij helpen je graag verder!

Contact