Published On: 23/05/2023Categorieën: Consultancy, ESVE Groep, HR Services, Salarisadministratie

Meer zekerheid voor werkenden met een flexibel contract en andere voorgestelde wetswijzigingen

In de afgelopen jaren zijn er diverse wetswijzigingen ingevoerd onder de noemer ‘Wet Arbeidsmarkt in Balans’. Als gevolg daarop heeft minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) onlangs nieuwe maatregelen aangekondigd. Deze gaan onder andere over het bieden van meer zekerheid aan werkenden met een flexibel contract. In dit artikel informeren we je hier graag over.

Nieuwe vervaltermijn in keten van tijdelijke contracten

Op dit moment is het zo dat er in drie jaar tijd drie tijdelijke arbeidsovereenkomsten mogen worden gesloten. Als tussen twee contracten een contractloze periode zit van meer dan zes maanden, dan kan de ‘keten’ van drie opnieuw beginnen. In het wetsvoorstel dat op dit moment in de maak is, zal dit veranderen. Deze tussenperiode van zes maanden verandert in een periode van vijf jaar. Uitzonderingen hierop zijn overeenkomsten met scholieren (huidige ketenregeling blijft gelden, dus zes maanden onderbrekingstermijn) en seizoenswerk (verkorte onderbrekingstermijn van drie maanden).

Nul-urencontract wordt basiscontract

Nul-urencontracten worden afgeschaft. Hiervoor komt een basiscontract in de plaats. In dit contract worden het aantal uren waarvoor ze tenminste standaard worden ingeroosterd, opgenomen. Werk je structureel meer? Dan wordt het basiscontract aangepast. Op deze manier heb je als medewerker meer inkomenszekerheid. Het doen van een aanbod tot aanpassing van de arbeidsomvang na 12 maanden blijft bestaan.

Lage ww-premie voor nieuwe basiscontract

Het zojuist beschreven nieuwe basiscontract, de vervanger voor het nul-urencontract, gaat -mits het om een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gaat- onder de lage ww-premie vallen. Hiervoor is wel nog overleg met de Belastingdienst en het UWV nodig, om te kijken of deze maatregel in de praktijk haalbaar is. En zo ja, op welke termijn. Dit is nog onduidelijk.

Overuren worden voor de werkgever minder duur

Op dit moment is het zo dat overuren tot en met 30% van het aantal contracturen onder de lage ww-premie vallen. Indien er gemiddeld over het jaar meer dan 30% wordt overgewerkt, dan ben je als werkgever met terugwerkende kracht de hoge ww-premie verschuldigd. Bij contracten met een gemiddelde arbeidsomvang van minimaal 35 uur per week geldt dit percentage niet. In de nieuwe wetgeving wordt deze urengrens aangepast naar meer dan 30 uur per week. Dit betekent dat het zo kan zijn dat je als werkgever dus minder vaak de hoge ww-premie hoeft te betalen.

Minder verplichtingen voor kleinere ondernemingen bij langdurig zieke medewerkers

Heb je als kleine onderneming een langdurig zieke medewerker, dan kan dit voor grote problemen zorgen. Werk blijft liggen, er is niet voldoende budget om vervanging te regelen, er gaat veel tijd naar re-integratieverplichtingen, etc. In de nieuwe wetgeving worden deze verplichtingen teruggedrongen. Bij ziekte blijft de inzet primair gericht op herstel en terugkeer van de medewerker, maar kun je na één ziektejaar duidelijkheid krijgen over de vraag of ze tot vervanging kunnen overgaan en dat re-integratie inspanningen zich (in overleg met de zieke medewerker) gaan richten op werk buiten de organisatie (tweede spoor). Dit geldt voor ondernemingen met maximaal 100 medewerkers. Voor ondernemingen met meer dan 100 medewerkers verandert er niets.

Alle bovenstaande maatregelen bespreekt de Kamer de komende periode met elkaar. De minister streeft ernaar om de maatregelen op korte termijn om te zetten in wetgeving, namelijk rond de zomer van 2023. In het voorjaar van 2024 zal ze deze vervolgens aanbieden aan de Kamer.

Wordt vervolgd dus! Heb je op dit moment al vragen over bovenstaande maatregelen of wellicht over huidige wetgeving? Onze HR en payroll consultants zijn op de hoogte en helpen je graag verder.

Bron:

Meer nieuws: